VERSLAG van de vergadering van het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest gehouden op woensdag 26 november 2008, vanaf 17.00 uur in het waterschapshuis te Groningen, Stedumermaar 1
Presentie:
Aanwezig: H. van 't Land, dijkgraaf en 28 bestuursleden, waarvan vijf vanaf 19.30 uur.
Tevens aanwezig:
Mevrouw C.A. Tomson, secretaris-directeur, diverse vertegenwoordigers van de ambtelijke organisatie en J.T. Koopmans, notulist.
Afwezig met kennisgeving:
De bestuursleden de heren D.J. Klompe, R. Lindeboom en M.H. Paapst.
1 Opening
De dijkgraaf opent de vergadering om 17.05 uur, heet
alle aanwezigen hartelijk welkom en deelt mee dat de bestuursleden mevrouw
Beving-Philips, mevrouw Karstens, mevrouw Schimmel-Galama en de heren Van
Mombergen en Ruben de vergadering vanaf 19.30 uur zullen bijwonen.
2. Mededelingen
De dijkgraaf deelt mee dat er rond de waterschapsverkiezingen een vertraging in de telling van de stemmen is opgelopen, zodat het verkiezingscafé van 27 november daardoor niet kan door-gaan. Op 2 december wordt wel de definitieve uitslag bekend gemaakt, maar de voorlopige uitslag is zaterdagmiddag 29 november bekend om 16.00 uur. Vrijdagmiddag zijn de totalen bekend. Daarom worden alle bestuursleden en kandidaten uitgenodigd om op zaterdagmiddag 29 november vanaf 15.30 uur aanwezig te zijn in het waterschapshuis om, onder het genot van een hapje en een drankje de voorlopige uitslag van de waterschapsverkiezingen te vernemen.
De heer Meijer veronderstelt dat de Unie wel actie gaat ondernemen om de uitslag nog te bespoedigen, aangezien het er toch een voorbereidingstijd is geweest van vier jaar om alles goed te regelen. Hij vraagt zich af of deze situatie landelijk overal zo is en hij zou graag dieper in willen gaan op de oorzaken van dit gebeuren.
De heer Schoonhoven maakt zijn ongenoegen kenbaar over de manier waarop deze verkiezin-gen zijn gegaan. Hij had zelf het stembiljet eerst verkeerd ingevuld. Toen hij een vervangend formulier wilde halen op het waterschapshuis moest hij drie kwartier wachten en kreeg hij uiteindelijk geen nieuw stembiljet mee. Toen hij de volgende dag de vervangende bescheiden kreeg bleek er een verkeerde geboortedatum op te staan, namelijk 1900, Informatie bij het callcenter leerde dat hij dat zelf moest veranderen, maar toen hij bij Noorderzijlvest daar nog eens naar vroeg, bleek dit niet te mogen, want dan zou het stemformulier ongeldig zijn. In de begeleidende brief bij het vervangende formulier stond niets over de mogelijkheid van een verkeerde geboortedatum en of je dat wel of niet zelf mocht veranderen.
De heer J.J. Bos betwijfelt ook of dit de juiste manier van stemmen was. Volgens hem kan het duidelijker en eenvoudiger. Al deze facetten moeten in de evaluatie worden meegenomen.
De dijkgraaf stelt dat een proces waarbij 13 miljoen formulieren worden verstuurd uiteraard goed is voorbereid en dat er contracten zijn afgesloten met bedrijven die bewezen hebben kwaliteit te kunnen leveren. Het stemformulier was een hybride formulier dat oorspronkelijk ook bedoeld was om met internetgebruikers te communiceren. Hetzelfde formulier is zonder problemen gebruikt bij verkiezingen in de waterschappen Rijnland en Dommel, vier jaar geleden en bij de nationale verkiezingen voor alle Nederlanders in het buitenland.
Het formulier voorzag dus in een extra identificatie om met een internetsysteem te kunnen werken, maar de internetmogelijkheden werden halverwege het voorbereidingsproces afgelast. Het systeem is kwetsbaar, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van kiezers. Dat wordt allemaal meegenomen in de evaluatie en hij sluit zeker niet uit dat dit in het vervolg zal leiden tot een andere aanpak.
De bedrijven die gecontracteerd zijn hebben tot nu toe altijd goed werk geleverd; waardoor het mis is gegaan is nu nog niet duidelijk. Dit komt in de stuurgroep aan de orde en gisteren heeft hij vanuit de stuurgroep vernomen dat deze situatie geldt voor alle waterschappen, aangezien de uitslag tegelijkertijd landelijk voor alle waterschappen bekend zou worden gemaakt. Vanmiddag om 14.00 uur is er een pro forma-vergadering geweest, morgenavond, vrijdag en zaterdag om 16.00 uur zijn er vervolgvergaderingen op landelijk niveau. Het wordt dus ver-volgd, maar het is jammer dat het zo gelopen is. Een aantal zaken heb je echter zelf niet in de hand.
3. Verslag vorige vergadering, d.d. 15 oktober 2008
De heer Havinga staat abusievelijk als afwezige vermeld. Bovendien staat zijn naam opnieuw verkeerd gespeld in het verslag (Havenga in plaats van Havinga).
De heer Hoven geeft met betrekking tot bladzijde 7, halverwege de pagina aan dat wordt gesproken over een 'huidig budget van € 8 miljoen’, maar dit moet zijn: € 800.000,--.
Besluit
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest stelt het verslag van de vergadering van het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest van 15 oktober 2008 gewijzigd vast.
Naar aanleiding van:
De heer Kerbof geeft aan
dat op bladzijde 3 sprake is van een gesprek met de gemeente Groningen over het
Zilvermeer, dat in november plaats zou vinden en hij wil graag weten
of daar iets over bekend is.
De heer Sips antwoordt dat er overleg is geweest met de gemeente en de bedoeling is dat de problemen m.b.t. het Zilvermeer vóór het zwemseizoen 2009 worden aangepakt.
De heer Lindenbergh deelt
met betrekking tot de lijst van toezeggingen (toezegging 3) mee,
dat het standpunt van het DB over het geld uit het cultuurhistorisch fonds is
dat van de
€ 500.000,-- die in dit fonds zit de restauratie van de sluis Hut betaald wordt, dat daarna het geld dat over is blijft staan. In de Perspectiefnota zijn gelden opgenomen voor onderhoud en restauratie van cultuurhistorisch erfgoed. Als hierop tekorten ontstaan, wordt geld uit het fonds gebruikt om de begroting sluitend te krijgen.
De heer Meijer merkt met
betrekking tot de toezegging rond de gevolgen van het zoetwater-plan voor dier-
en plantensoorten in brakwatergebieden nog op dat de gegeven aanvulling juist
nog dieper in gaat op wat hij niet wilde weten en hij wil graag weten
waarom het maar niet lukt een antwoord te formuleren. Het gaat om de
kwantitatieve teruggang van brakwateflora en
-fauna ten gevolge van het zoetwaterplan en hij constateert dat als het een jaar
duurt ergens een antwoord op te geven het voor hem niet meer hoeft en hij de
vraag als niet beantwoordbaar beschouwd. Hij trekt hieruit de conclusie dat
kennelijk niet duidelijk aan te geven is welke flora en fauna verloren gegaan
is.
4. Ingekomen stukken en ter
inzage liggende stukken
4.1. Open brief d.d. 26 september 2008 van Bouwend Nederland inzake sterk
gestegen grond-stofprijzen en rapportage aanbestedingspraktijk.
Het Algemeen Bestuur neemt kennis van de open brief.
4.2. Lijst ter inzage liggende stukken
Het Algemeen Bestuur neemt kennis van de lijst van ter inzage liggende stukken.
4.3. Beantwoording schriftelijk vragen AB-lid Van Boekel m.b.t. Bestrijding Grote Waternavel (nagezonden)
De heer Van Boekel bedankt voor de beantwoording van de vragen, maar merkt op dat op bladzijde 2 wordt gesteld dat er geen problemen zijn met de ecologie als gevolg van de Grote Waternavelgroei op dit moment, maar die zijn er wel degelijk, met name aan de noordkant van het Leekstermeer, waar afgelopen zomer om de twee weken de Grote Waternavel tussen Krabbescheer vandaan gevist moest worden door medewerkers van de Stichting Het Groninger Landschap. Handmatig om te voorkomen dat de Krabbescheer, een beschermde plant, volko-men verdrongen werd. Op bladzijde 3 van de beantwoording staat dan ook nog dat bestrijding tot nu toe gericht is op het voorkomen van uitbreiding en dat watergangen dichtgroeien. Op basis van veldgegevens kan echter geconcludeerd worden dat deze vorm van bestrijding volledig mislukt is, want sinds de vorige keer dat hij hier vragen over heeft gesteld, in 2006, is het probleem alleen maar groter geworden. De plant is inmiddels op een groot aantal andere plekken opgedoken waar hij voorheen niet groeide. Het is dan ook goed dat er nu een andere, intensievere, aanpak voorgesteld wordt, maar dat had in 2006 al gemoeten. Goed is ook dat gesteld wordt dat verbetering van de waterkwaliteit een belangrijke factor is in dezen omdat de Grote Waternavel het liefst groeit in zeer eutroof water en naarmate het water minder voedsel bevat wordt het voor deze plant lastiger zich te handhaven en hij stelt dan ook voor dit voort-varend aan te pakken. Als laatste nog een tip van zijn kant, op de website van het waterschap een oproep plaatsen om iedereen die Grote Waternavel tegenkomt dit te melden bij het water-schap. Een aantal andere waterschappen heeft dit ook al op hun site staan.
De dijkgraaf geeft aan dat ook in Unieverband aandacht wordt besteed aan exoten. Daarbij is het wel zo dat de waterschappen aan de achterkant zitten te dweilen. Je zou eigenlijk moeten verbieden dat dit soort planten het land binnen komen. Hij beschouwt de opmerkingen van de heer Van Boekel als een stimulans om hier voortvarend mee aan de gang te gaan.
Het Algemeen Bestuur neemt kennis van de beantwoording van de schriftelijke vragen van het AB-lid Van Boekel m.b.t. Bestrijding Grote Waternavel.
5. Project Waterberging Noord-Drenthe
5.1. Kredietaanvraag t.b.v. Aanpassing gasleidingen
De heer Sips licht toe dat er nog sprake is van een
typefout op de laatste pagina, waar achter het tweede aandachtsstreepje een
bedrag staat van € 2.561.120,--; dit moet echter zijn:
€ 2.651.120.--.
Besluit
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest verleend een krediet van
€ 1.650.000,-- voor het aanpassen van de gasleidingen binnen de waterberging, verdeeld over module 3, uitvoering waterberging en natuur Roden-Norg € 825.000,-- en module 4, uitvoering waterberging en natuur Peize € 825.000,--.
5.2. Voortgangs- en financiële rapportage
De heer Sips geeft aan dat zowel in tijd als qua financiën men mooi op schema ligt en het bestuur mag er trots op zijn dat men dit in gang heeft gezet en dat dit op tijd wordt afgerond.
De heer Jensma heeft nadere vragen gesteld over de nagezonden risicoparagraaf omdat er, vol-gens hem, nog wel sprake is van risico's. Hij hoopt dat de Bestuurscommissie zich daar terdege van bewust is. Met betrekking tot de monitoring van ganzen en smienten is er een onderzoek geweest dat heeft aangegeven dat er waarschijnlijk geen gevolgen zullen zijn door de aanpak in dit gebied, maar dat is nog niet zeker en moet volgens hem dan ook worden opgenomen in de risicoparagraaf.
De heer Van Boekel geeft aan dat er wordt gesproken over aankoop van een landbouwbedrijf. In hoeverre is dit al afgerond en hoe wordt er omgegaan met de aanleg van recreatieve voor-zieningen, zoals die in de oorspronkelijke plannen waren opgenomen, waar het gaat om de aanvraag van vergunningen voor de komende bestekken? Worden die recreatieve voorzie-ningen daarin meegenomen en zo ja, is er dan niet het risico van uitstel door allerlei bezwaar-procedures tegen die recreatieve voorzieningen, omdat de rechter heeft uitgesproken dat die eigenlijk niet in de plannen thuishoren? Tot slot vraagt hij zich af hoe actueel de toegestuurde risicoparagraaf is.
De heer Sips antwoordt dat het betreffende landbouwbedrijf inmiddels is aangekocht. Met betrekking tot recreatieve voorzieningen is er een risico dat de nog te maken plannen voor zaken buiten de eigenlijke inrichting, het project zouden kunnen verstoren als het zuiver gaat om waterberging en natuur. De Bestuurscommissie Peize is er alert op dat dit de realisatie van waterberging en natuur niet mag verstoren. Daar waar echter werk met werk gemaakt wordt, zoals bijvoorbeeld recreatieve voorzieningen en de aanleg van kades, ontkom je er niet aan dat je dingen samen moet voegen. De risicoparagraaf wordt verder na elke vergadering van de Bestuurscommissie geactualiseerd. Er kunnen daarbij echter ook plotseling feiten naar voren komen, bijvoorbeeld uit de beheerplannen in het kader van Natura 2000, die niet overeenstem-men met het Inrichtingsplan. Er is echter niet voor niets een veelgeprezen MER uitgevoerd, waardoor men denkt de meeste risico's onder controle te hebben. Ten aanzien van de € 3 mil-joen uit het NBW-potje is nog steeds geen zekerheid of men op 1 juli 2010 voldoet aan de voorwaarden. Tot die datum heeft men echter al uitstel gekregen. Voor het eind van het jaar probeert hij echter uitsluitsel te krijgen over hoeveel uitstel men eventueel nog kan krijgen. Monitoring van ganzen en smienten komt uit de Vogel- en habitatrichtlijn van Natura 2000 en daar moet een beheerplan voor komen, maar in de MER is daar al zorgvuldig naar gekeken. Er komt minder foerageergebied, maar juist wel meer rustgebieden en hij denkt dat hier wel een mouw aan gepast kan worden.
Besluit
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest neemt de stand van zaken m.b.t. de financiële rapportage inzake project waterberging Noord-Drenthe voor kennisgeving aan.
6. Afsluiting project waterbodemsanering stadswateren Groningen
De heer Sips licht toe dat dit project binnen de begroting is gebleven en op 3 december zal hieraan nog aandacht worden besteed.
De heer Van Zanten geeft aan dat er inderdaad sprake is van een mooi resultaat. maar op blad-zijde 2 van de verklaring bij de afsluiting maakt hij uit artikel 4.1. op dat Noorderzijlvest een blijvende verantwoordelijkheid heeft voor waterbodemsanering van het Hoendiep. Moet dat nog gebeuren?
De heer Sips antwoordt dat dit inderdaad nog moet gebeuren en hier worden nog afspraken over gemaakt. Het gaat hier om saneringsbagger, dus hier ligt nog een klus.
Besluit
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest neemt kennis van de rapportage, inclusief bijlagen, van de afsluiting sanering stadswateren Groningen en stemt in met de beëin-diging van het convenant.
7. Leggerwijziging i.v.m. afsluiten hoofdwatergang te Zijldijk.
De heer Wiertsema deelt mee dat dit stuk wordt teruggenomen omdat ervoor gezorgd moet worden dat de watergang in overdraagbare staat dient te zijn en er nog met betrokkenen moet worden gecommuniceerd.
De dijkgraaf geeft aan dat dit proces dus opnieuw wordt ingezet.
De heer Wiertsema geeft aan dat er geen zienswijzen zijn ingediend en het DB stelt voor de Legger vast te stellen conform het voorstel.
Besluit
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest
stelt de legger voor het hele
beheer-gebied van het waterschap Noorderzijlvest vast zoals aangegeven op de bij
dit besluit beho-rende bijlagen en besluit de leggers voor de gebieden van de
voormalige waterschappen Electra, Hunsingo, Noordenveld en Westerkwartier in te
trekken.
9. Afschaffing leges voor eenvoudige ontheffingsplechtige werken
De heer Lindenbergh licht toe dat om een aantal redenen, genoemd in de toelichting, dit voor-stel wordt gedaan en tekent aan dat het voorstel meer geld oplevert dan dat het kost qua admi-nistratie.
De heer Hut zou graag weten om welke bedragen en om hoeveel gevallen het hierbij gaat.
Mevrouw Wouda-Majoor geeft aan dat de LTO-fractie akkoord gaat met het voorstel omdat het de bereidheid bij burgers om ontheffing aan te vragen zal vergroten, maar vraagt ook hoe men denkt dit naar burgers te communiceren.
De heer Lindenbergh licht toe dat het gaat om een bedrag van ongeveer € 8000,-- en enkele honderden gevallen. Voor communicatie wordt gezocht naar de geëigende momenten en het wordt in ieder geval op de website van het waterschap gezet.
Besluit
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest besluit de Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening waterschap Noorderzijlvest 2000, zoals deze is opgesteld in de verga-dering van het Voorlopig Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest, d.d. 5 januari 2000, als volgt te wijzigen: in hoofdstuk VI (Vergunning- en ontheffingsverlening) wordt in rubriek 6.1 (eenvoudige werken) in plaats van het bedrag ƒ 61,50 (€ 27,91) gelezen € 0,00.
10. Verlenging delegatiebesluit inzake uitvoering grondwatertaken.
De heer Wiertsema geeft aan dat het Algemeen Bestuur in haar vergadering van 29 november 2006 al heeft ingestemd met de overdracht van een aantal operationele taken door de provin-cies Groningen en Drenthe en de geldigheid van de bestaande overdracht vanuit de provincies eindigt op 1 januari 2009. Omdat de nieuwe Waterwet dan nog niet van kracht is, wordt het Algemeen Bestuur gevraagd in te stemmen met een verlenging tot het moment dat de Waterwet wel in werking treedt.
Besluit
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest
stemt in met de ontwerp-besluiten tot verlenging en wijziging van de bestaande
provinciale besluiten tot delegatie van grond-watertaken, één en ander voor
zover deze besluiten betrekking hebben op het beheergebied van het waterschap
Noorderzijlvest, verklaard zich akkoord met het voornemen tot verlenging van de
geldigheidsduur van de provinciale besluiten tot het tijdstip van
inwerkingtreding van de Waterwaet en besluit deze beslissing, ter kennisneming,
toe te zenden aan de colleges van Gedeputeerde Staten van de provincies
Groningen en Drenthe.
11. Definitieve vaststelling versterkingsplan zeewering Nieuwstad en
MER-beoordelings-
notitie.
De heer Lindenbergh geeft aan dat dit plan ter visie heeft gelegen en er geen zienswijzen zijn ingediend.
De heer Lindenbergh is het hiermee eens. Het grote aantal procedures heeft ook het waterschap verrast en dit heeft ook tijd gekost. Het is al kenbaar gemaakt dat dit wel een hele omslachtige procedure is. Aan de andere kant moet je echter ook anticiperen op de bestaande situatie en moet je zorgen dat je nog eerder met de voorbereiding begint. Er wordt dus een twee sporen-beleid gevolgd.
De heer Meijer geeft aan dat het bestuur zich hier niet bij neer moet leggen. Bij de Linge- en Waaldijk kon het wel in korte tijd.
De dijkgraaf antwoordt dat voor de Waaldijk een aparte noodwet van kracht was. Er is echter overal grote behoefte om tot uniformiteit en een slagvaardig beleid te komen.
Besluit
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest stelt het versterkingsplan 'Zeewe-ring Nieuwstad' en de MER-beoordelingsnotitie definitief vast en besluit deze ter goedkeuring voor te leggen aan Gedeputeerde Staten van Groningen.
12. Stukken ter kennisname
a. Uitspraak Raad van State inzake losstoep Groningen Seaports
De dijkgraaf geeft aan hier een uitspraak is gedaan, waarbij jurisprudentie is geschreven die van grote betekenis is.
Het Algemeen Bestuur neemt kennis van de uitspraak van de Raad van State.
b. Beantwoording AB-vragen m.b.t. Emissiebeheersplan
De heer Van Boekel mist een antwoord op zijn vraag over het cumulatieve effect van bestrij-dingsmiddelen die op zich per stuk niet de MTR-waarde halen.
De heer Bakker geeft aan dat de LTO-fractie het antwoord op de vraag over de natuurlijke depositie van fosfaat in het noordelijk kustgebied ontoereikend vindt. Nederland heef als enige land in de EU naast een nitraat- ook een fosfaatemissiedoelstelling en dat is geënt op de situatie van overbemesting zoals die zich in de jaren '70 en '80 voordeed in de provincies bezuiden het werkgebied van Noorderzijlvest. Heel Nederland is daarop als fosfaatgevoelig aangemerkt en dat is niet correct. De scherpe bemestingsregels met betrekking tot fosfaat hebben ertoe geleid dat kunstmeststikstof wordt gebruikt, terwijl dierlijke mest wordt verbrand. Dit beleid is geba-seerd op aannames en de landbouwfractie stelt het op prijs dat toch duidelijker wordt onder-zocht wat de natuurlijke emissies zijn en wat de landbouw bedreigt.
De heer Sips erkent dat dit beide belangrijke issues zijn, maar tevens zijn dit zaken die niet direct beantwoord kunnen worden. Wel zit men er bovenop om antwoorden te krijgen, dit in samenwerking met de achterliggende onderzoeksinstituten en hier wordt zeker op terug-gekomen.
De dijkgraaf geeft aan dat ook in Unieverband wordt aangedrongen op duidelijkheid, ook in het kader van de KRW.
c. Ontwerp-Waterbeheerplan Noorderzijlvest 2010-2013
De heer De Vries merkt op dat in het Waterbeheerplan niets staat over het gedeelte van het grondwaterbeheer. Of is dat geregeld in het POP?
De heer Van Boekel geeft aan dat op bladzijde 9 een kaart is opgenomen waarvan de legenda ontbreekt en niet duidelijk is waarnaar die kaart verwijst in de tekst. Verder wordt op bladzijde 16 verwezen naar een tabel aan het eind van het betreffende hoofdstuk, maar die tabel is niet te vinden.
De heer Meijer geeft aan dat het AB nu gevraagd wordt om hier kennis van te nemen en dat kan, want hierna gaat het plan de inspraak in en pas daarna wordt het definitief vastgesteld in het Algemeen Bestuur, Maar wat nu voorligt is al wel de derde versie die het AB onder ogen krijgt, zonder dat duidelijk is welke wijzigingen er nu zijn aangebracht ten opzichte van de eerste en tweede versie, terwijl de fracties alleen hebben kunnen reageren op de eerste versie. Dit betekent dat je als fractie met je reactie in de hand dit plan moet bestuderen om te bekijken of die reacties zijn meegenomen. De reacties van de fracties in het AB zijn bovendien niet meegenomen in de nota van reacties. Je moet dus zelf uit de tekst halen of hier iets mee gedaan is en hij wil toch graag een apart antwoord op de reacties die vanuit het AB zijn gegeven.
De heer Sips vindt dat het waterschap er goed in is geslaagd een eigen beheerplan te maken. De grote verbeteringen ten opzichte van de eerste versie zijn inmiddels aangebracht en nu blijven er details, met name van redactionele aard, over. De bijgevoegde kaart op bladzijde 9 is niet bedoeld als een kaart met een legenda, maar is een soort visiekaart. Wellicht zijn de tekens wat onduidelijk, maar redactioneel wordt dit nog aangepast. Volgens hem zijn grondwatertaken wel degelijk benoemd en er wordt nog gekeken naar de verwijzing naar bedoelde tabel op blad-zijde 16. Intern zal, tot slot, worden opgenomen dat er een nota van antwoord komt op de reacties vanuit het AB en hij beschouwt dit ook als een verbeterpunt met betrekking tot de behandeling van andere nota's en beleidsvoorstellen.
18. Rondvraag (1e deel)
De heer J.J. Bos heeft onlangs gehoord dat de reserves van de Bodemdalingscommissie beperkt zijn. Hij vraagt zich af in hoeverre het beschikbare budget nog toereikend is voor de exploitatie van gemalen en nieuwe investeringen in gemalen, et cetera, en vraagt of het ook transparanter te maken is hoe groot die reserves nu daadwerkelijk zijn.
De heer Lindenbergh antwoordt dat het voor partijen die deelnemen in de commissie duidelijk is wat de bedoeling is, namelijk dat ook hetgeen in de toekomst nodig is voor aanleg en onder-houd van kunstwerken ten behoeve bodemdaling plaatsvindt op kosten van de Bodemdalings-commissie. Tot nog toe is er weinig gesproken over de kosten in de toekomst, maar die discussie staat op het punt te beginnen en het is voor het waterschap nog de vraag of men met de commissie moet onderhandelen of rechtstreeks met de NAM en hij heeft er geen behoefte aan te speculeren over de vraag of het geld dat nu nog in het fonds zit genoeg is om toekom-stige kosten te dekken. Het waterschap zal ervoor moeten zorgen dat men zaken die men vanuit de bodemdaling gefinancierd heeft, ook voor de toekomst gewaarborgd krijgt, ofwel via de Bodemdalingscommissie, of rechtstreeks via de NAM. Hij houdt hierbij geen informatie achter voor het .AB.
De heer Kerbof vraagt hoe het nu zit met het Zielhoes. Tijdens de vorige vergadering heeft het bestuur besloten zich terug te trekken uit de stichting, maar hij heeft in de krant gelezen dat er inmiddels een gerechtelijke uitspraak m.b.t. de exploitatie is gedaan.
De heer Lindenbergh licht toe dat de betreffende uitspraak degenen die namens het waterschap in het bestuur zitting hadden niet meer raakt. Er zijn dus geen gevolgen voor het waterschap.
De heer Van Boekel vraagt naar de stand van zaken rond het Waterstructuurplan Westrand. De voortgang zou nu volledig afhankelijk zijn van de gemeente Groningen en de projectontwik-kelaar.
De heer Sips antwoordt dat een belangrijk onderdeel van het plan is de toevoer van water uit de Drentse beken onder de A7 en het Hoendiep door om de nieuwe wijken van dat water te voor-zien en dat onderdeel is nog niet gerealiseerd. Er is sprake van twee knelpunten. Het eerste is dat voor de onderleider onder het Hoendiep een afgeschreven leiding van de Suikerunie gebruikt zou worden, waar dan een nieuwe leiding doorheen getrokken kon worden, maar de Suikerunie is niet meer operationeel, terwijl de vergunning voor gebruik van die oude leiding nog wel steeds in het bezit is van de Suikerunie. Bij de gemeente Groningen is aangekaart dat Noorderzijlvest die leiding graag wil hebben en men maakt hier nu samen werk van. Het tweede knelpunt is dat de projetontwikkelaar van De Held III een deel van de groene lus voor de watertoevoer zou realiseren en de vraag is nu in hoeverre de Held III nog gebouwd wordt, gezien ontwikkelingen elders in de provincie (Blauwe Stad), en daar is men dus –net als de gemeente - afhankelijk van een derde partij.
De heer Van Boekel geeft aan dat in de al bestaande wijken de waterkwaliteit ook slecht is. Hij pleit dan voor het zoeken naar een oplossing waarbij de kwaliteit van het bestaande water wel verbeterd kan worden.
De heer Sips geeft aan dat de heer Van Boekel daarin volkomen gelijk heeft, maar het is nu een stap te ver daar al een uitspraak over te doen. Voorlopig wordt nog gemikt op het bestaande project, mede omdat er al Europees geld besteed is aan dit plan.
De dijkgraaf schorst om 18.08 uur de vergadering voor de avondmaaltijd.
De dijkgraaf heropent de vergadering om 19.33 uur.
13. Perspectiefnota 2009 – 2013
Eerste termijn
De heer Schep stelt een punt van orde. Eerst wordt de Perspectiefnota behandeld en daarna het Beleidsjaarplan. Hij zou graag duidelijk willen hebben hoe de verhouding is en of, als er een besluit is genomen over de Perspectiefnota, iets wel opnieuw aan de orde gesteld kan worden bij de behandeling van het beleidsjaarplan.
De dijkgraaf geeft aan dat die verhouding bij de behandeling van beide agendapunt duidelijk zal worden.
De heer Lindenbergh licht toe dat de financiële stukken anders zijn opgebouwd dan in andere jaren, meer uitgaande van programma's en meer inhoudelijk en minder de nadruk op cijfers. Hij vindt de stukken hierdoor goed leesbaar. In de perspectiefnota staat weergegeven wat het waterschap de komende jaren wil gaan doen. Streven is het watersysteem op orde te krijgen zoals afgesproken in het Nationaal Bestuursakkoord Water, vertaald in het Regionaal Bestuurs-akkoord Water; ook is afgesproken dat de plannen in het kader van de KRW zullen worden voorbereid en dat een begin gemaakt wordt met de uitvoering om afspraken voor 2015 te kunnen halen. Een aantal projecten heeft betrekking op zowel de KRW als het Regionaal Bestuursakkoord, zoals de waterberging in Noord-Drenthe en het herstel van beeksystemen. Ook worden voorbereidingen getroffen om te komen tot een gemaal op Lauwersoog. De rwzi Garmerwolde wordt uitgebreid, die in Winsum vernieuwd en in Uithuizermeeden een nieuwe gebouwd. Het baggerplan wordt voltooid, er wordt aandacht besteed aan cultuurhistorisch erfgoed, er worden vispassages aangelegd langs de kust en, niet in de laatste plaats, wordt ervoor gezorgd dat de organisatie zich gaat ontwikkelen tot waterautoriteit. Dit alles leidt in het eerste jaar tot een forse lastenstijging. Daarna zal de tariefontwikkeling gematigd zijn, onge-veer op het niveau van de inflatie, plus het halve procent dat men mag rekenen voor het realiseren van de maatregelen ten behoeve van de Kaderrichtlijn Water.
Geprobeerd moet worden te voorkomen dat de discussie over de perspectiefnota en het beleids-jaarplan door elkaar heen gaan lopen. Vandaar dat het tweede besluitpunt met betrekking tot de perspectiefnota, waarin het Algemeen Bestuur gevraagd wordt een keuze te maken uit de scenario's voor 2009, geschrapt is en hij wil het AB vragen in meer algemene zin op de perspectiefnota te reageren en zich bij de behandeling van het beleidsjaarplan vooral te concentreren op het eerste jaar uit deze Perspectiefnota.
De heer Wiersema geeft aan dat de landbouwfractie
behoorlijk geschrokken is van de tarief-stijging van 9,9%. Tijdens de
informatieve AB-vergadering is hierover al uitleg gegeven, maar konden
verschillende vragen over stelselwijziging en personeelskosten niet beantwoord
worden. Wat ook opviel is de werkwijze. De secretaris-directeur gaf aan dat
management en afdelingshoofden zich hebben beraden op de hei, met als uitkomst
dat een 14%-verhoging nodig zou zijn, terwijl de afspraak was gemaakt dat de
verhoging jaarlijks circa 4% mocht zijn. Ook het DB kon hier niet mee instemmen
en wilde niet verder gaan dan 10%, maar dit betekent dat ook het DB de afspraak
was vergeten. De uiteindelijke uitkomst is nu 9,9%. Tijdens de informatieve
AB-vergadering werd aangegeven dat, wanneer je iets wilde wijzigen, dit tijdig
moest worden doorgeven. Daarmee werd de bal bij het AB gelegd, maar het AB heeft
op zich dit probleem niet veroorzaakt. De landbouwfractie wil echter wel een
aantal punten aangeven die in de optiek van de fractie door het management naar
voren hadden moeten worden gebracht, zoals de mogelijkheid de kosten voor een
aantal projecten niet allemaal in het eerste jaar te nemen, maar af te vlakken..
Onduidelijk is met name ook de oorzaak van de stijging van de personeelskosten
met 7%. Naar het oordeel van de landbouwfractie is dit veel
te veel. Onduidelijk is ook of het exploitatievoordeel van € 1,2 miljoen, ten
gevolge van de activering van personeelskosten binnen investeringen, verrekend
is met het totaal. De land-bouwfractie denkt al met al toch eerder aan de
afgesproken 4% tariefstijging.
De heer Ruben geeft aan dat de rood-groene fractie het regelmatig lastig vond te controleren of doelen die men zich gesteld had gerealiseerd werden. De stukken die er nu liggen voldoen volledig aan wat de rood-groene fractie altijd naar voren heeft gebracht aan wat men aan doelen zou moeten formuleren en wat dit mag kosten. Het is van essentieel belang dat het waterbeheerplan de basis vormt voor de perspectiefnota, het beleidsjaarplan en hopelijk straks ook voor de rapportages. Hiermee kan het AB straks zelf controleren en zelf inbrengen wat de doelen zouden moeten zijn van dit waterschap, hoe men dit denkt dit te bereiken en wat het mag kosten. Hij complimenteert de organisatie dan ook met het harde werk dat de afgelopen maanden is verricht met betrekking tot de totstandkoming van deze documenten en het is dan ook acceptabel dat de perspectiefnota wat later is verschenen dan normaal.
Een en ander leidt nu echter wel tot een pijnlijke conclusie dat er een lastenstijging is van 9,9%. Dit zou kunnen leiden tot de wens voor een tariefstijging in de orde van grootte van 4%. Maar als een professionele organisatie dit zo uitrekent en bovendien het risico bestaat dat - als men lager gaat zitten - dit het werk van het waterschap aantast (met name het streven om water-autoriteit te zijn) dan is de conclusie van de rood-groene fractie dat deze bittere pil geslikt moet worden. Een aantal jaren geleden was bovendien al bekend dat er in 2009 een forse lastenstijging zou komen. Dit betekent dat de rood-groene akkoord gaat met het voorstel.
De heer Kerbof is van mening dat uit het stuk een gezonde ambitie spreekt en hij geeft de organisatie hiervoor complimenten. Proactief bezig zijn is ook goed, maar is in het verleden is wel afgesproken de kosten binnen de perken te houden. Het waterschap moet een beter imago krijgen en daar wordt ook hard aan gewerkt, maar met een verhoging van 9,9% werk je niet aan verbetering van je imago. Hij vraagt of er toch geen extra reserves gebruikt kunnen worden om de lastenstijging te matigen.
Mevrouw Beving-Philips complimenteert het DB met de goede leesbaarheid van de stukken, maar ook de heer Van Mombergen en zijzelf vinden de verhoging van 9.9% te hoog. Een aantal waterschappen in het land kent bovendien geen tariefverhoging door de invoering van de methode Delfland doordat die waterschappen de stelselwijziging anders opgevangen hebben en zij vraagt of hier niet naar gekeken kan worden. Ze pleit ook voor een verhoging van maximaal 4%, ook gezien de onzekere situatie na 2009 met de kredietcrisis die momenteel heerst.
De personeelskosten die geactiveerd worden in de investeringen, waar de heer Wiersema aan refereerde, moeten niet bij de 7% stijging van personeelskosten opgeteld worden, maar die worden weer opgevoerd als een bate. De stijging blijft dus beperkt tot die 7%. Het klopt verder dat er in de verschillende programma's fluctuaties zitten, maar als je naar het geheel kijkt heffen ze elkaar redelijk op en daardoor kom je, na het eerste jaar met een redeljk egale tarief-ontwikkeling. De heer Ruben heeft gelijk als hij stelt dat de sterke lastenstijging die voor 2009 verwacht werd, al veel eerder bekend was, want die was vorig jaar, bij de behandeling van de Perspectiefnota 2008-2012 al aangekondigd. Hij bedankt de heer Ruben verder voor de compli-menten aan de organisatie en voor het feit dat de rood-groene fractie met het DB kan meegaan voor wat betreft de cijfermatige uitkomsten van de Perspectiefnota. In principe zou gebruik gemaakt kunnen worden van de reserves, maar de stijging van de lasten zit vooral in water-systeembeheer. Er wordt al veel ten laste gebracht van de reserves ten behoeve van het water-systeembeheer, met name voor de uitvoering van het baggerplan. Voor 2008 moet er bovendien nog een bedrag afgeboekt worden van ruim € 1 miljoen en dat zal vanuit de reserves moeten gebeuren. Uit de najaarsnota is immers gebleken dat er voor 2008 geen groot overschot verwacht mag worden. Hij vindt het daarom onverantwoord nu al een beroep te doen op de reserves, voordat je weet wat het resultaat is geweest over 2008. Niet alle waterschappen, ook niet in het noorden, hebben op dit moment te maken met de overgang naar Delfland, want een aantal waterschappen, zoals het Wetterskip Fryslân, heeft die overgang al eerder gemaakt en die hebben deze tariefschok nu niet. Bovendien zijn veel waterschappen niet goed met elkaar te vergelijken. Dit zit in kapitaalritmes, waterschappen die juist voor grote investeringen staan en andere die deze investeringen al achter de rug hebben en al een heleboel afgeschreven hebben. Het waterschap Noorderzijlvest bekijkt wel hoe zaken elders worden aangepakt maar uitgangs-punt moet blijven wat Noorderzijlvest zelf wil en wat men daar voor over heeft.
Tweede termijn
De heer Wiersema geeft aan dat het waterschap al jaren bezig is met de benchmark tussen waterschappen en de tarieven en perspectiefnota's zijn ook een punt om daarin mee te nemen. Door de stelselwijziging gaat Hunze & Aa's volgend jaar slechts 2,1% omhoog en er zullen ongetwijfeld allerlei argumenten te bedenken zijn waarom het daar anders is dan hier, maar toch blijft er sprake van een groot verschil. Er zijn volgens hem wel mogelijkheden die 9,9% omlaag te krijgen omdat het ook mogelijk was 14% terug te brengen naar 10%. In het eerste jaar is er sprake van enorm veel onderzoek, waarvan de kosten ook in dat jaar geactiveerd worden. Voor klimaatverandering staat er bijvoorbeeld al € 500.000,-- in het programma. Het waterschap doet bovendien overal aan mee, ook al is het niet direct van belang. Organisatieontwikkeling is een goede zaak, maar de kosten bedragen nu € 440.000,--, waarvan in 2011 misschien € 100.000,-- terugkomt. Hij vraagt zich af waar je dan mee bezig bent. Hij begrijpt dat het pijnlijk is om te snijden, maar dat moet je van tevoren doen en niet achteraf, als plannen klaar zijn. Ook de ontwikkeling van de personeelskosten zou hij graag willen verge-lijken met die van Hunze & Aa's, een buurwaterschap met ongeveer dezelfde omvang van begroting.
De heer Ruben is blij met een waterschap dat zich druk maakt om klimaatverandering en onderzoek wil plegen naar de gevolgen die dat zou kunnen hebben. Verder blijft hij van mening dat er slechts sprake is van het in beeld brengen van de consequenties van een gewenste ont-wikkeling. De werkzaamheden die zijn opgedragen aan het waterschap moeten uitgevoerd worden en dat dit geld kost is logisch en als het goedkoper kan moet het ook goedkoper, maar het enige ijkpunt dat men heeft is straks de jaarrekening 2009, om te kijken of de voorgenomen plannen, de middelen die daarvoor ingezet zijn en de maatregelen die men getroffen heeft hebben geleid tot het bereiken van de gestelde doelen.
Hij blijft er op vertrouwen dat een professionele organisatie zeer kritisch heeft gekeken naar de werkzaamheden die in 2009 moeten worden verricht, welk kostenplaatje daaraan hangt en die wel degelijk ook bezuinigingen heeft doorgevoerd om tot die 9,9% te komen.
De heer Kerbof geeft aan de stelselwijziging ook te hebben gecheckt bij het buurwaterschap Hunze & Aa's en hij begrijpt dan ook niet waarom dat waterschap geen schok heeft gehad van de stelselwijziging. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe dat kan. Het verhaal over de reserves van de heer Lindenbergh begrijpt hij ook niet helemaal. Kan hij hieruit begrijpen dat de heer Lindenbergh denkt dat de voorziening voor het baggeren meer kost dan tot nu toe aangenomen werd? Aan de andere kant zou het ook mee kunnen vallen en dan vraagt hij zich af of de heer Lindenbergh dan alsnog bereid is de lastenstijging wat te matigen door gebruik te maken van de reserves.
Mevrouw Beving-Philips sluit zich aan bij hetgeen door de sprekers van de landbouwfractie en de fractie van bedrijfsgebouwd naar voren is gebracht.
De heer Schep vindt dat de heer Lindenbergh niet concreet heeft gemaakt om welke pijnlijke keuzes het gaat als er verder bezuinigd zou worden, behalve ten aanzien van de organisatie-ontwikkeling. Dat wil hij graag onderbouwd zien.
De heer Lindenbergh constateert dat men zich toch weer concentreert op het eerste jaar en daarmee is men eigenlijk bezig de begroting 2009 te behandelen. Voorstellen om de tarieven verder omlaag te brengen worden niet behandeld bij de Perspectiefnota, hoewel dat soort voorstellen wel bij het volgende agendapunt naar voren zullen worden gebracht. Hij weet verder niet waarom Hunze & Aa's kan volstaan met een verhoging van 2%. Wel kan hij aan-geven waarom Noorderzijlvest in het eerste jaar 10% nodig heeft. In het verleden is het bovendien meerdere keren voorgekomen dat Hunze & Aa's de tarieven meer verhoogde dan Noorderzijlvest en daar werden nooit vragen over gesteld. Verder stoort het hem als de gedachte leeft bij AB-leden dat het waterschap ook dingen zou doen die niet van belang zijn. Het waterschap doet alleen maar dingen die wel van belang zijn. Als je ergens in gaat snijden moet je dat wel willen en het DB denkt niet dat het waterschap nog verder ergens in wil snijden. Als er € 440.000,-- wordt geïnvesteerd in organisatieontwikkeling waarbij er sprake is van een rendement van € 100.000,-- vanaf 2011, dan betekent dit dat de organisatieontwikke-ling toch in vier jaar tijd wordt terugverdiend. Er worden wel investeringen gedaan die een langere terugverdientijd hebben. In de 7% stijging van de personeelslasten zitten reguliere CAO-stijgingen in het komende jaar , maar ook wat men wil bereiken met het verder ontwik-kelen van de organisatie. Zaken die nu in de Perspectiefnota staan zijn allemaal zaken waarvan men met elkaar vindt dat die in gang moeten worden gezet. Het baggeren valt niet duurder uit, zoals de heer Kerbof wellicht verondersteld, maar de laatste jaren is hiervoor een dermate beroep gedaan op de reserve, dat hij niet eens zeker weet of de € 1,2 miljoen, die straks nog afgeschreven moet worden, gedekt zou kunnen worden uit de reserves en hij zou niet graag met een negatieve reserve op systeembeheer willen beginnen. Hij heeft er verder vertrouwen in dat het nieuwe bestuur, vanaf 2009, de reserves niet te hoog zal laten oplopen, als de omvang van die reserves erg mee blijkt te vallen.
De dijkgraaf geeft aan dat vorig jaar ook een Perspectiefnota is vastgesteld, waarin de hobbel voor 2009 al werd aangekondigd. Veel AB-leden hebben zojuist complimenten gemaakt over de stukken die nu voorliggen en deze stukken laten zien dat datgene wat onderling is afge-
sproken nu ook op geld is gezet en het MT heeft in al zijn duidelijkheid laten zien wat men denkt dat nodig is, Het DB heeft hier nog een aantal scherpe randjes vanaf gehaald, waarbij de strategie is om voor 2009 die hobbel te nemen en in de jaren daarna gewoon verder te gaan. Het Meerjarenperspectief biedt dus niet meer dan een beeld van wat men met elkaar heeft afgesproken en waarvan gevraagd wordt dit vast te stellen. Als je dat niet meer mag laten zien, zit je met een lastig probleem. Zijn voorstel is nu de Perspectiefnota vast te stellen, met de aantekening dat dit niet betekent dat men straks, bij de behandeling van het beleidsjaarplan, niet meer de punten naar voren kan brengen waaraan men behoefte heeft.
De heer Wiersema vraagt om een schorsing voor fractieoverleg omdat ook is afgesproken de Perspectiefnota één op één met het beleidsjaarplan te krijgen en dat is nu ook gelukt, maar in dat licht is het ongeloofwaardig dat bij de Perspectiefnota dan geen dingen gezegd mogen worden die bij het beleidsjaarplan straks wel aan de orde komen.
De dijkgraaf schorst hierop de vergadering om 20.20 uur.
De dijkgraaf heropent de vergadering om 20.28 uur en geeft het woord aan de heer Wiersema.
De heer Wiersema geeft aan dat de landbouwfractie goed begrepen heeft dat, wat je ook ver-andert in het beleidsjaarplan, dit niet van invloed zal zijn op de Perspectiefnota. De landbouw-fractie is het in grote lijnen ook eens met wat in de Perspectiefnota staat, maar verzoekt ook nog een passage op te nemen over de trendmatige tariefstijging van de inflatiecorrectie plus een half procent voor de KRW-maatregelen.
De dijkgraaf zegt toe dat dit gebeurt.
Besluit
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest stelt de Perspectiefnota 2009-2013 waterschap Noorderzijlvest vast.
14. Vaststelling belastingverordeningen 2009 (zie ook onder agendapunt 17)
De heer Lindenbergh licht toe dat dit een gevolg is van de nieuwe Waterschapswet en dat het gaat om een besluit dat eenmalig wordt genomen. Uitgegaan is van de tarieven die betrekking hebben op de beoogde stijging van 9,9%, waar in neerwaartse zin nog van afgeweken kan worden. Vandaar dat na behandeling van het beleidsjaarplan en de tarievennota, ook agenda-punt 17 is opgevoerd, waarbij de belastingverordeningen 2009 weer kunnen worden aangepast.
Verordening op de watersysteemheffing
De heer Van Mombergen geeft aan dat er op 1 december sprake is van een stelselwijziging, waar mevrouw Beving-Philips en hij niet om hebben gevraagd. Anderen hebben daar echter wel om gevraagd. Op 25 juni 2008 is de kostentoedeling vastgesteld in het Algemeen Bestuur en vanavond is er een uitwerking van dat besluit. Dit is een democratisch genomen besluit en dus zal hij hiermee instemmen. Maar hij wil hierbij alvast aankondigen dat - bij herverkiezing -mevrouw Beving-Philips en hij zich niet langer gehouden achten aan deze uitspraak, omdat er dan sprake is van een andere fractie en een andere achterban.
De dijkgraaf constateert dat de heer Van Mombergen hiermee aangeeft dat de kostentoedeling, wat hem betreft, volgend jaar weer ter discussie mag staan.
Besluit (zie ook onder agendapunt 17)
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest stelt de Verordening
Watersysteem-heffing waterschap Noorderzijlvest 2009 vast.
De heer Van Zanten merkt met betrekking tot de relatie tussen de artikelen 3.5, 6.1 en 6.2 over de gezuiverde lozingen opnieuw op dat de heffing op 0 gesteld zou moeten kunnen worden, als er sprake is van gezuiverde lozingen, als dat ook in het kader van bemonstering vastgesteld wordt. Als dat niet kan, zou in relatie tot artikel 3.5, de opbrengst van de heffing besteed moeten worden aan het bereiken van meer gezuiverde lozingen. De vorige keer is aangegeven dat dit principieel niet kon, maar hij wil de opmerking, uit oogpunt van het belang van het bedrijfsleven, toch weer maken.
De dijkgraaf geeft aan dat dit punt iets van blijvende aandacht is, maar dat er wel sprake is van helder beleid.
Besluit (zie ook onder agendapunt 17)
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest stelt de Verordening Zuiverings-heffing waterschap Noorderzijlvest 2009 vast.
Verordening Verontreinigingsheffing
Besluit (zie ook onder agendapunt 17)
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest stelt de Verordening Verontreini-gingsheffing waterschap Noorderzijlvest 2009 vast.
15. Ontwerp-Beleidsjaarplan 2009
Eerste termijn
De heer Lindenbergh geeft aan dat hij bij de
behandeling van de Perspectiefnota al uitgedaagd is om hier dieper op in te
gaan. Meer dan voorgaande jaren is het beleidsjaarplan toegespitst op doelen en
maatregelen en er wordt een forse kostenontwikkeling van bijna 10%
geconstateerd. Vorig jaar, bij de behandeling van de Perspectiefnota, kon men al
zien dat die er aan kwam in 2009. De lasten stijgen met bijna € 5 miljoen. Dit
wordt voor een belangrijk deel bepaald door autonome kostenontwikkeling en de
stelselwijziging, samen goed voor € 2,5 miljoen. Eerdere besluiten en aangegane
verplichtingen zijn goed voor € 2,1 miljoen. Kijk je naar de kosten-soorten dan
blijven de kapitaallasten ongeveer gelijk, stijgen de personeelslasten met € 1
mil-joen en de goederen en diensten met € 4 miljoen. De lastenstijging zit
vooral bij watersysteem-beheer. In de eerste plaats door de overheveling van
passief kwaliteitsbeheer naar systeem-beheer, waarvan het effect ongeveer € 2
miljoen bedraagt. Op de tweede plaats het niet meer kunnen afschrijven of op de
reserves boeken van baggeren, hetgeen ook een effect heeft van
€ 2 miljoen. Hoewel het een forse stijging betreft, acht het DB deze
gerechtvaardigd op grond van de verplichtingen die men als organisatie is
aangegaan en vanwege de gewenste organi-satieontwikkeling.
De heer Ruben geeft aan dat de rood-groene fractie de stijging van 9,9% accepteert.
De heer Kerbof vraagt of hij het goed begrepen heeft dat de heer Lindenbergh nog met een aantal alternatieven zou komen. Verder zou een aantal projecten, met name op het gebied van de KRW getemporiseerd kunnen worden. Veel zaken zijn anders benoemd of gecategoriseerd, maar in feite gebeurt er hetzelfde als vroeger. Van de stelselwijziging, tot slot, hebben de burgers en de bedrijven verder geen voordeel.
De heer Wiersema geeft aan dat de punten genoemd bij agendapunt 13 blijven gelden en dat die 9.9% voor de landbouwfractie meer dan een hobbel is. Hij sluit zich verder aan bij de woorden van de heer Kerbof over het temporiseren van bepaalde projecten. Als er een keuze gemaakt moet worden tussen de door het DB aangedragen scenario's, kiest de landbouwfractie sowieso voor scenario C.
De heer Lindenbergh constateert dat de landbouwfractie had aangekondigd met een alternatief voorstel te komen en dat is nu niet gebeurd en dat bevreemdt hem.
De heer Lindenbergh geeft aan dat de stelselwijziging nu eenmaal een feit is waar niet aan te ontkomen valt. Je kunt verder zaken naar achteren schuiven, maar wat betreft de KRW is het waterschap wel verplicht om zaken die men in 2015 uitgevoerd moet hebben, ook daadwer-kelijk uit te voeren en wil je niet in tijdnood komen dan moet je nu toch al beginnen, zeker als het gaat om onderzoeken in het kader van de KRW. Verder neemt hij er kennis van dat de landbouwfractie minimaal gaat voor bezuinigingssenario C, zoals beschreven in het stuk over de Perspectiefnota.
Tweede termijn
De heer Ruben haalt een uitspraak aan van één van de partijen die deel heeft genomen aan de verkiezingen dat het waterschap niet het podium moet worden van politieke spelletjes. Tot zijn verbazing beginnen de spelletjes nu juist bij deze partij. De rood-groene fractie heeft volstrekt helder aangegeven dat men meegaat met het voorstel van het DB. Vervolgens verwacht hij van de andere fracties dat zij hun kaarten open op tafel leggen en aangeven wat ze dan wel willen. Hij weet nu nog steeds niet wat er nu van de landbouwfractie gaat komen en die helderheid had hij toch graag willen hebben om te voorkomen dat er straks meer dan twee termijnen over gedaan wordt om dit agendapunt af te ronden.
De heer Schep geeft aan de beantwoording door het DB niet voldoende te vinden en vraagt om een schorsing na deze tweede termijn voor fractieberaad.
De heer Kerbof geeft aan dat in de informatieve AB-vergadering is toegezegd dat het DB met alternatieven zou komen en dat is niet gebeurd. Wat de heer Ruben betreft doet de fractie van bedrijfsgebouwd niet aan politieke spelletjes, maar hij zit hier wel voor zijn achterban en weet dat hij bij het MKB niet kan verkopen dat de tarieven straks met bijna 10% omhoog gaan. Hij spreekt zich namens de fractie bedrijfsgebouwd dan ook uit tegen een tariefverhoging van 9,9%.
De heer Lindenbergh vraagt wat dan de bandbreedte is waar de landbouwfractie en de fractie van bedrijfsgebouwd aan denken en verzoekt dit mee te nemen in het fractieberaad tijdens de schorsing.
De dijkgraaf vraagt de collega's van het DB dan ook naar voren te brengen of men nog hand-reikingen kan doen en schorst hierop de vergadering om 20.48 uur.
Derde termijn
De dijkgraaf heropent de vergadering om 21.02 uur en geeft het woord aan de heer Schep
De heer Schep dient een amendement in. Voor dit amendement is brede ondersteuning.
Het amendement luidt als volgt:
‘Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest in vergadering
bijeen op 26 no-vember 2008, gelezen het ontwerp-beleidsjaarplan 2009 en de
daarin voorgestelde stijging
van de kosten van 9,9% ten opzichte van het beleidsjaarplan 2008,
overwegende dat:
- een stijging van 9,9% niet acceptabel is;
- de programma's water en maatschappij, bedrijfsvoering en voldoende en gezond water aanzienlijke stijgingen laten zien;
- de personeelskosten met 7% stijgen;
- er nogal wat onderzoeken gepland staan en daarin temporisatie mogelijk is;
besluit naast bezuinigingsscenario C, met inachtneming van het bovenstaande, bezuinigingen door te voeren die resulteren in een stijging van de kosten in het ontwerp-beleidsjaarplan 2009 ten opzichte van het beleidsjaarplan 2008 van maximaal 6%’.
De heer Schep licht toe dat het amendement inhoudt dat er geen sprake is van afstel, maar van temporisering waardoor een aantal belangrijke zaken over meerdere jaren verspreid wordt, waardoor ook de lastenstijging getemporiseerd wordt.
De dijkgraaf constateert dat bezuinigingsscenario C dus nog wordt aangescherpt.
De heer Lindenbergh geeft aan dat de landbouwfractie nu met een alternatief komt. De ambte-lijke dienst heeft echter ook een aantal alternatieven uitgewerkt die nu ter vergadering worden uitgereikt en hij stelt voor de vergadering te schorsen zodat fracties de alternatieven kunnen bestuderen en het DB zich kan beraden.
De heer Van Boekel geeft nog in de overwegingen voor de fracties mee dat volgens scenario C ook bezuinigd wordt op de doelstellingen voor de KRW. De doelstellingen voor 2015 zijn al erg mager en als dit proces nog verder vertraagd wordt is de kans dat dit problemen met de EU gaat opleveren nog veel groter, omdat men dan niet kan voldoen aan de resultaatverplichtingen van de KRW. Wat de rood-groene fractie betreft mag zelfs scenario C niet eens ter discussie staan.
De dijkgraaf geeft nog aan dat in de Perspectiefnota 2008 – 2012 een stijging vermeld stond voor 2009 van 15,6%. Hij schorst hierop de vergadering om 21.08 uur.
De dijkgraaf heropent de vergadering om 21.20 uur en geeft aan dat nu eerst de alternatieven van het DB zullen worden behandeld en vervolgens het amendement.
De heer Lindenbergh licht toe dat het maximale van wat het DB nog acceptabel vindt ligt bij scenario D. Het DB is al niet blij met een verschuiving van scenario A naar scenario D, maar luistert ook naar een meerderheid van het Algemeen Bestuur. Anderhalf fte inleveren op de KRW betekent echter wel dat dit versneld moet worden opgepakt vanaf volgend jaar, maar DB en MT menen te weten dat het waterschap, met deze bezuiniging, nog steeds in staat is aan de verplichtingen voor 2015 te voldoen. Bij scenario E kan men niet verder met peilbesluiten en wordt de organisatieontwikkeling verder vertraagd en dat moet je niet willen met elkaar.
De heer Schep neemt kennis van de nieuwe bezuinigingsscenario's en die zijn voor de land-bouwfractie indicatief en men wil de dienst de ruimte bieden op andere manieren tot de bezuinigingen te komen dan in de scenario's van het DB staat. Hij wil een handreiking doen door de maximale stijging naar 6,4% te brengen, met ander woorden scenario F, zonder zelf een uitspraak te doen over de in dat kader te nemen maatregelen.
De dijkgraaf geeft aan dat dit niet kan, want dit zijn de consequenties als je gaat bezuinigen tot 6,4%. Anders moet je als AB zelf met bezuinigingen komen.
De heer Schep is het hier niet mee eens. Het AB stuurt op hoofdlijnen en geeft de dienst de vrijheid hoe hiermee om te gaan.
De heer Kerbof kan zich niet voorstellen dat met een dergelijke omvangrijke begroting dit de enige oplossingen of bezuinigingsposten zijn.
Mevrouw Beving-Philips sluit zich hierbij aan.
De heer Ruben wil ook een handreiking doen, een tariefstijging van maximaal 8,5%, omdat de rood-groene fractie het eens is met de maatregelen tot scenario D en als er maar niet gekozen wordt voor bezuinigingen op de KRW-maatregelen, want die moeten overeind blijven voor het imago van het waterschap, waar afspraken liggen met vrijwel alle relevante groeperingen in het werkgebied en met diverse overheden.
De heer Lindenbergh geeft aan dat als er dan een tariefstijging mag zijn van 6,4%, de daarbij voorgestelde bezuinigingen zijn wat nu, namens het DB, op papier staat en daar kun je niet naar believen in schuiven zonder dat dit opnieuw gevolgen heeft voor andere maatregelen en de tarieven, want het gaat hier om een pakket maatregelen die met elkaar in evenwicht zijn. De volgorde van bezuinigen ligt dus vast. Hij kan zich verder voorstellen dat de rood-groene fractie tegen de KRW-bezuinigingen is, maar het DB denkt dat dit wel verantwoord is, anders had men dit niet voorgesteld.
De heer Meijer vraagt waarom de grens voor het DB bij scenario D. ligt als er tot en met scenario F voorgesteld wordt.
De dijkgraaf geeft aan dat in de scenario's alle door de fracties ingediende wensen zijn verrekend. Dit betekent niet dat het DB het hier ook mee eens hoeft te zijn. Als er iets anders wordt gekozen dan zal het DB zich op zijn positie moeten beraden.
De heer Meijer constateert dat er nu sprake is van een nieuwe situatie omdat het DB het machtswoord uitspreekt en vraagt opnieuw om een schorsing voor fractieberaad.
De dijkgraaf schorst hierop de vergadering om 21.34 uur.
Vierde termijn
De dijkgraaf heropent de vergadering om 22.00 uur en geeft het woord aan de heer Schep.
De heer Schep geeft aan dat de landbouwfractie zich heeft beraden over de situatie die ontstaan is. Er blijkt geen eenstemmigheid zijn, maar hij wil wel het amendement over een lasten-stijging van maximaal 6,4% in stemming laten brengen.
De dijkgraaf constateert dat er nu meerdere voorstellen liggen en dat betekent dat over het meest ingrijpende voorstel het eerst gestemd moet worden en dat is het amendement van de landbouwfractie.
De heer J. Bos meent begrepen te hebben dat, als het amendement wordt aangenomen, het DB zich al beraden op zijn positie.
De dijkgraaf geeft aan dat dit correct is. Als het amendement wordt aangenomen, zal dit direct na de stemming gebeuren.
Voor het amendement van de landbouwfractie en de fractie van bedrijfsgebouwd, om de tariefstijging voor 2009 maximaal 6,4% te laten zijn stemmen de heer W.J. Bakker, mevrouw E.H. Beving-Philips, de heer J. Havinga, de heer G..P. Jensma, de heer B.K. Kerbof, de heer P.A. van Mombergen, de heer W. Schep, de heer K. Sikkema, de heer F. Wiersema en mevrouw J.R.C.Wouda-Majoor.
Tegen het amendement van de landbouwfractie en de fractie van bedrijfsgebouwd, om de tariefstijging voor 2009 maximaal 6,4% te laten stemmen de heer W.H.M. van Boekel, de heer J. Bos, de heer J.J. Bos, de heer A.G. Hoven, de heer H. Hut, mevrouw G. Karstens, de heer F.A.M. Keurentjes, de heer J.P. Lindenbergh, de heer R.P. Meijer de heer H. Ruben, mevrouw W.T. Schimmel-Galama, de heer S.W. Schoonhoven, de heer H.J.J. Sips, de heer J. van Staal-duinen, de heer A. van de Tuuk, de heer P. de Vries, de heer N.E. Wiertsema en de heer P.J. van Zanten.
De dijkgraaf constateert dat hiermee het amendement van de landbouwfractie en de fractie van bedrijfsgebouwd met tien stemmen voor en achttien stemmen tegen is verworpen.
De heer Meijer legt als stemverklaring af dat de LTO-fractie van mening is dat een organisatie die goed op de rails staat zichzelf een spiegel moet kunnen voorhouden. Vanuit het DB is er nogal hardnekkig stelling genomen dat, als vastgehouden zou worden aan het amendement van de landbouwfractie, dit zou kunnen leiden tot het aftreden van het DB en dat wilde hij niet op zijn geweten hebben. In zijn hart denkt hij dat een stijging van maximaal 6.4% haalbaar zou moeten zijn.
De dijkgraaf brengt vervolgens in stemming het voorstel van het DB om bezuinigingsscenario D te volgen.
De heer Van Mombergen legt als stemverklaring af dat mevrouw Beving-Philips en hij tegen het hele beleidsjaarplan 2009 zullen stemmen.
Het voorstel van het DB om bezuinigingsscenario D. te volgen wordt vervolgens bij hand-opsteking aangenomen.
Besluit
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest stelt het Beleidsjaarplan waterschap Noorderzijlvest 2009 overeenkomstig scenario D. vast met de aantekening dat de bestuursleden de heer P.A. van Mombergen en mevrouw E.H. Beving Philips tegen hebben gestemd.
16. Ontwerp Tarievennota 2009
De heer Lindenbergh licht toe dat de tarieven zullen worden vastgesteld conform de tabel voor scenario D.
Besluit
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest stelt de Tarievennota 2009 water-schap Noorderzijlvest overeenkomstig scenario D. vast, met de aantekening dat de bestuurs-leden de heer P.A. van Mombergen en mevrouw E.H. Beving Philips tegen hebben gestemd.
17. Aanpassing belastingverordeningen 2009
De heer Lindenbergh geeft aan dat de verordeningen zoals vastgesteld onder agendapunt 14 opnieuw moeten worden vastgesteld, nu met inachtneming van het vastgestelde Beleidsjaar-plan 2009 en de vastgestelde Tarievennota 2009.
Besluit
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest besluit, met
inachtneming van het vastgestelde Beleidsjaarplan 2009 en de vastgestelde
Tarievennota 2009, de verordeningen Watersysteemheffing waterschap
Noorderzijlvest 2009, Zuiveringsheffing waterschap Noor-derzijlvest 2009 en
Verontreinigingsheffing waterschap Noorderzijlvest 2009 definitief vast te
stellen.
18. Rondvraag (2e deel)
De heer Meijer geeft aan dat het eind van een bestuursperiode de tijd is om terug te kijken. Tijdens de eerste vergadering van deze bestuursperiode is het beloningsbeleid voor het AB aan de orde geweest. In alle redelijkheid is het beeld bij veel mensen dat waterschapsbestuurders dik verdienen en dat beeld klopt zeker niet als je alle uren die je in het bestuur steekt meetelt. Hij wil het beloningsbeleid nu niet ter discussie stellen, maar wil dit in de laatste formele vergadering wel kwijt en hij vraagt om in de eerste vergadering van het nieuwe bestuur hier toch een aantal dingen over te zeggen.
De dijkgraaf begrijpt wat de heer Meijer bedoelt en er is een beweging gaande om de belo-ningsstructuur van Algemene Besturen binnen overheidsorganisaties te herzien. Voor zover informatie hierover nog niet aan de leden van het Algemeen Bestuur is verstrekt zal hij daarvoor zorgen.
De heer Schoonhoven deelt mee niet op de allerlaatste vergadering d.d. 17 december, aanwezig te kunnen zijn en hij wil daarom nu iedereen bedanken voor de prettige samenwerking.
De heer Jensma vraagt of er een scenario denkbaar is dat een bepaald aantal ongeldige stemmen bij de afgelopen waterschapsverkiezingen de hele verkiezingen ongeldig maakt.
De dijkgraaf geeft aan dat er allerlei misverstanden zijn, maar dat ongeldigheid van de totale verkiezingen niet aan de orde is. Uitgezocht wordt wel waar die ongeldige stemmen in zitten.
De heer Jensma vraagt hoe men dan omgaat met de uitslag. Als er zoveel ongeldige stemmen zijn acht hij publicatie van de uitslag op dit moment niet verstandig.
De dijkgraaf geeft aan dat dit een nationaal
probleem is, dat ook nationaal opgelost moet worden. Noorderzijlvest blijft
echter binnen de bandbreedte van stemmen die ongeldig zijn.
De heer De Vries vraagt naar de stand van zaken rond de evaluatie Garmerwolde.
De dijkgraaf geeft aan dat het DB dat graag in deze periode had afgerond, maar het punt dat er een offerte voor onderzoek wordt gehonoreerd wordt nu pas genaderd en vanaf dat punt, begin
december, wordt het onderzoek uitgevoerd en dat duurt dan twee tot drie maanden. De huidige AB-leden zullen echter het rapport van dit onderzoek krijgen, maar het wordt vastgesteld in het nieuwe bestuur.
De heer Sikkema vraagt naar de opzet van de laatste vergadering d.d. 17 december.
De dijkgraaf licht toe dat begonnen wordt met een normale vergadering om 17.00 uur, met een beoordeling van de geloofsbrieven van de nieuw gekozenen. Om 18.00 uur wordt er een foto genomen in het atrium en is er een borrel. Om 19.00 uur is er het diner en aan het eind daarvan krijgt elk AB-lid een aandenken.
De heer Kerbof heeft met enige zorg de berichtgeving gevolgd rond de uitwateringssluizen op Lauwersoog en dat veiligheid in gevaar komt als er niet snel onderhoud wordt gepleegd.
De heer Lindenbergh geeft aan dat er de komende 10-20 jaar wel wat moet gebeuren, maar dat veiligheid nu nog niet in het geding is.
De heer Kerbof stelt dat, wat het ook kost, voorkomen moet worden dat de veiligheid in het geding komt en hij vreest dat het waterschap hier dan alleen voor staat.
De heer Lindenbergh geeft aan dat wat er gebeuren moet het waterschap inderdaad zelf moet betalen. Aandacht hiervoor is zeer terecht.
De dijkgraaf refereert nog aan het congres 'Van Waterproef naar Waterproof' dat op 6 november jl. gehouden is, over de nazorg bij een grote overstroming en hij vond het zeer indrukwekkend wat dit allemaal betekent en de stukken van dit congres stuurt hij nog rond aan alle AB-leden.
19. Sluiting
De dijkgraaf sluit de vergadering om 22.28 uur en nodigt de aanwezigen nog uit voor een hapje en een drankje in het bedrijfsrestaurant.
Gewijzigd / Ongewijzigd goedgekeurd en vastgesteld tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest van 17 december 2008.
ir. H. van 't Land, dijkgraaf drs. C.A. Tomson, secretaris
BESLUITENLIJST
Vergadering Algemeen Bestuur Waterschap Noorderzijlvest
d.d. 26 november 2008
1. Agendapunt 3
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest stelt het verslag van de vergadering van het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest van 15 oktober 2008 gewijzigd vast.
2. Agendapunt 5.1.
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest besluit tot het verlenen van een totaalkrediet van € 1.650.000,-- voor het aanpassen van de gasleidingen binnen de water-berging, welke als volgt is verdeeld:
- Module 3, uitvoering waterberging en natuur Roden-Norg € 825.000,--;
- Module 4, uitvoering waterberging en natuur Peize € 825.000.--.
3. Agendapunt 5.2.
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest neemt de stand van zaken m.b.t. de financiële rapportage inzake project waterberging Noord-Drenthe voor kennisgeving aan.
4. Agendapunt 6
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest neemt kennis van de rapportage, inclusief bijlagen, van de afsluiting sanering stadswateren Groningen en stemt in met de beëindiging van het convenant.
5. Agendapunt 8
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest besluit:
I. vast te stellen de legger voor het gehele beheergebied van het waterschap Noorderzijlvest, één en ander zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende bijlagen;
II. te bepalen dat de onder I. bedoelde bijlagen in juridische zin onlosmakelijk deel uitmaken van dit besluit;
III. in te trekken de leggers voor de gebieden van de voormalige waterschappen Electra, Hunsingo (onderdelen 1 tot en met 14), en Westerkwartier (onderdelen 1 tot en met 5);
IV. te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van dag volgend op die van de bekendmaking;
V.
te bepalen dat dit besluit, tezamen met de daarbij behorende bijlagen,
bedoeld onder I. na vaststelling en bekendmaking ter inzage worden gelegd
6. Agendapunt 9
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest besluit:
I. de Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening waterschap Noorderzijlvest 2000, zoals deze is opgesteld in de vergadering van het Voorlopig Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest, d.d. 5 januari 2000, als volgt te wijzigen: in hoofdstuk VI (Vergunning- en ontheffingsverlening) wordt in rubriek 6.1 (eenvoudige werken) in plaats van het bedrag ƒ 61,50 (€ 27,91) gelezen € 0,00;
II. te bepalen, dat het besluit, bedoeld onder I, in werking treedt met ingang van de eerste dag volgend op die van bekendmaking van dit besluit.
7. Agendapunt 10
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest besluit:
I. in te stemmen met de ontwerp-besluiten tot verlenging en wijziging van de bestaande provinciale besluiten tot delegatie van grondwatertaken, één en ander voor zover deze besluiten betrekking hebben op het beheersgebied van het waterschap Noorderzijlvest;
I.
zich akkoord te verklaren met het voornemen tot verlenging van de
geldigheidsduur van
de provinciale besluiten, bedoeld onder I., tot het tijdstip van
inwerkingtreding van de Waterwet;
II. deze beslissing, na vaststelling, ter kennisneming toe te zenden aan de colleges van Gedeputeerde Staten van de provincies Groningen en Drenthe.
8. Agendapunt 11
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest stelt het versterkingsplan 'Zeewe-ring Nieuwstad' en de MER-beoordelingsnotitie definitief vast en besluit deze ter goedkeuring voor te leggen aan Gedeputeerde Staten van Groningen.
9. Agendapunt 12
Het Algemeen Bestuur neemt kennis van:
- Uitspraak Raad van State inzake losstoep Groningen Seaports;
- Beantwoording AB-vragen m.b.t. Emissiebeheersplan;
- Ontwerp-Waterbeheerplan Noorderzijlvest 2010-2015.
10. Agendapunt 13
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest stelt de Perspectiefnota 2009-2013 Waterschap Noorderzijlvest vast.
11. Agendapunt 14 (zie onder 14)
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest besluit de volgende verordeningen vast te stellen:
- Verordening op de Watersysteemheffing waterschap Noorderzijlvest 2009;
- Verordening op de Zuiveringsheffing waterschap Noorderzijlvest 2009;
- Verordening op de Verontreinigingsheffing waterschap Noorderzijlvest 2009.
12. Agendapunt 15
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest stelt het Beleidsjaarplan waterschap Noorderzijlvest 2009 overeenkomstig scenario D. vast met de aantekening dat de bestuursleden mevrouw E.H. Beving-Philips en de heer P.A. van Mombergen en geacht worden tegen te hebben gestemd.
13. Agendapunt 16
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest stelt de Tarievennota 2009 water-schap Noorderzijlvest overeenkomstig scenario D. vast, met de aantekening dat de bestuurs-leden mevrouw E.H. Beving-Philips en de heer P.A. van Mombergen geacht worden tegen te hebben gestemd.
14. Agendapunt 17
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest besluit, met inachtneming van het vastgestelde Beleidsjaarplan 2009 en de vastgestelde Tarievennota 2009, de volgende verorde-ningen definitief vast te stellen:
- Verordening op de Watersysteemheffing waterschap Noorderzijlvest 2009;
- Verordening op de Zuiveringsheffing waterschap Noorderzijlvest 2009;
- Verordening op de Verontreinigingsheffing waterschap Noorderzijlvest 2009.